Onrust, chaos, angst. Na de fusie is het personeel van Hogeschool Inholland doodongelukkig. De onvrede over de organisatieveranderingen, reorganisaties en van bovenaf opgelegde onderwijsvernieuwingen is groot, zo blijkt uit onderzoek van de hogeschool zelf. Maar het college van bestuur speelt verstoppertje en wil de barre resultaten van de tevredenheidsonderzoeken niet openbaar maken. Veel hoop op verbeteringen heeft het personeel niet. “Kritiek wordt meestal teruggekaatst naar de docenten.”
Hogeschool Inholland is met bijna veertigduizend studenten en ruim drieduizend medewerkers veruit de grootste hbo-instelling van Nederland en Jos Elbers is de baas van deze megahogeschool. Slechts tien jaar besteedde Elbers aan de opbouw van zijn hbo-imperium. In 1994 werd hij collegevoorzitter van de Ichthushogeschool, toen nog een kleine, christelijke hogeschool in Rotterdam. Door uitbreiding van het onderwijsaanbod met trendy opleidingen en de overname van twee noodlijdende hogescholen groeide Ichthus in zes jaar uit tot een hogeschool met ruim negenduizend studenten. In 2002 was het tijd voor het echte grote werk. Ichthus fuseerde met Hogeschool Holland (Diemen), Hogeschool Haarlem en Hogeschool Alkmaar. Jos Elbers werd de baas van de nieuwe mammoet, dat was al tijdens de fusiebesprekingen beklonken. Maar de expansiedrift van Elbers is nog steeds niet bedaard. Deze zomer kocht Inholland voor 2,5 miljoen euro de helft van de aandelen van de particuliere universiteit Nyenrode. De komende vier jaar investeert Inholland bovendien tien miljoen euro in het onderzoek van de kleine, prestigieuze partner. “Je moet ontzag hebben voor wat Elbers heeft bereikt”, vindt Henk de Greef. “Dat Ichthushogeschooltje stelde niets voor toen hij er binnenkwam.” De Greef heeft de imperiumbouw van Elbers van dichtbij gevolgd. Tot hij vorig jaar met pensioen ging, was hij bestuursvoorzitter van de Hogeschool van Utrecht. “Elbers is een heel gewiekste onderhandelaar, dat zie je aan die overeenkomst met Nyenrode. Die 12,5 miljoen euro is natuurlijk geen fooi, maar Inholland zal er absoluut niet failliet door gaan.” Pieter Mostert, onderwijsadviseur bij BDF-adviesgroep, prijst de voortvarendheid waarmee Inholland de onderwijsvernieuwing aanpakt. Mostert heeft veel opdrachten bij Inholland en zijn rechtsvoorgangers uitgevoerd. “Ichthus was een van de eerste hogescholen die leer-werkbedrijven opzette en flink investeerde in ict-toepassingen in het onderwijs”, herinnert hij zich. En ook Inholland loopt voorop, vindt Mostert. Dit studiejaar schakelt de hogeschool over op het major-minormodel. Studenten volgen de eerste twee jaar een brede basisopleiding, de major. Daarna kiezen ze twee minors van een jaar: een specialisatie-minor die aansluit bij het hoofdvak en een differentiatie-minor, waarbij ze uit alle vakken die Inholland verzorgt kunnen kiezen. Een Rotterdamse student commerciële economie kan bijvoorbeeld een minor volgen bij het conservatorium in Alkmaar of bij de opleiding scheepsbouw in Delft. Ook Jan Dijkstra, rayonbestuurder bij de AOb en voormalig onderhandelaar bij de Ichthushogeschool, heeft ontzag voor de daadkracht van Elbers. “Hij heeft een botte aanpak waarbij weinig rekening gehouden wordt met de emoties van medewerkers. Maar hij heeft van de Hogeschool Delft, die kampte met grote financiële problemen, weer een bloeiende toko gemaakt.” De manier waarop Elbers na de fusie de sanering in Delft aanpakte, brak met alle tradities in het hbo. De helft van het personeel werd van de ene op de andere dag ontslag aangezegd. De boventalligen kregen een jaar de tijd om een andere baan te vinden, maar hoefden niet meer op de hogeschool te komen. Dijkstra: “Dat was schokkend, sommigen vonden het zelfs asociaal. Maar Delft had gewoon veel te veel personeel in dienst en was bijna failliet. Ichthus was de enige die de helpende hand toestak en Jos Elbers durfde harde maatregelen te nemen. Het was van alle oplossingen de minst kwade.”
GewiekstHet samensmeden van vier hogescholen met een heel eigen cultuur tot één grote hogeschool vergt echter heel wat meer dan voortvarendheid, daadkracht en gewiekst onderhandelen. Bijna drie jaar na de fusie kampt Inholland met flinke problemen. Terwijl de instroom bij de concurrentie in Rotterdam en Amsterdam met tien tot vijftien procent stijgt, daalt de belangstelling voor Inholland. Half september waren er zeven procent minder aanmeldingen binnen dan vorig jaar. Fontyshogescholen en de Hogeschool van Utrecht hadden vlak voor de officiële teldatum 1 oktober meer aanmeldingen binnen dan Inholland. Dus als het om de instroom gaat is Inholland niet langer de grootste hbo-instelling. Maar volgens woordvoerder Ewoud Nysingh trekt de belangstelling nog aan. Inholland rekent dit jaar op 11.500 eerstejaars zo’n 500 minder dan in september 2003, een afname van vier procent. Maar zelfs als deze optimistische verwachting uitkomt verliest Inholland, net als de afgelopen twee jaar, marktaandeel, want het totale aantal aanmeldingen in het hbo stijgt met ruim vier procent. Op de jongste ranglijst van de Keuzegids hoger onderwijs die begin oktober werd gepubliceerd, verdelen de drie grootste vestigingen van Inholland (Rotterdam, Diemen en Haarlem) de drie laatste plaatsen. Delft belandt in de middenmoot, terwijl Alkmaar de staart van het peloton aanvoert. De ranglijst wordt samengesteld op basis van de kwaliteitsoordelen van visitatiecommissies en tevredenheidsonderzoek onder studenten. De onvrede onder studenten wordt bevestigd door een onderzoek dat de hogeschool dit voorjaar zelf heeft uitgevoerd. Het doorgaans niet al te kritische hogeschoolblad, constateerde dat er in de wandelgangen gesproken wordt over ‘het groot ontevredenheidsonderzoek’. Bij de studentenorganisaties ISO en LSVb komen veel klachten van binnen, melden bestuursleden Madelein Hofmijster en Gijs van Dijk. “Studenten voelen zich een nummer, de medezeggenschap is slecht geregeld, er zijn roosterproblemen en ze schamen zich voor de kinderachtige, inhoudsloze reclame die Inholland onder het mom van studievoorlichting produceert”, aldus Hofmijster. Het ISO-kenniscentrum dat studenten in de raden ondersteunt, inventariseert de klachten over de medezeggenschap. Ook het onderzoeksbureau van de LSVb is bezig met Inholland. Gijs van Dijk: “Het is voor het eerst dat de LSVb één hogeschool onder de loep neemt. We krijgen over alle grote hogescholen klachten, maar Inholland steekt er echt met kop en schouders boven uit.” Inholland heeft dit jaar ook een tevredenheidsonderzoek onder medewerkers uitgevoerd, maar de uitslag daarvan mag absoluut niet naar buiten gebracht worden. Mensen die de uitkomsten (gedeeltelijk) hebben gezien houden angstvallig hun kiezen op elkaar. “Jos Elbers heeft tijdens het cao-overleg verteld dat de uitkomst verschrikkelijk slecht is”, stelt Annemieke Lub, onderhandelaar bij Inholland namens de AOb. “Maar hij zegt dat hij er niet van geschrokken is. ‘Bij Ichthus was er in het begin ook veel kritiek en nu dragen ze me daar op handen’, beweerde hij. Die laatste opmerking laat ik graag voor zijn rekening.”
Top-downWaar komt al die onvrede vandaan? “Medewerkers zijn vooral ontevreden over de organisatie en de stijl van leidinggeven”, stelt Ina Siebelink, AOb-sectorconsulent bij Inholland en docent bij de opleiding personeel & arbeid in Utrecht. “Sinds de fusie wordt er erg top-down gewerkt. Er wordt weinig overlegd met het personeel en het management staat nauwelijks stil bij de dagelijkse problemen in het onderwijs.” Auke van Nie herkent dat. Naast lid van het hoofdbestuur van de AOb is hij teamcoördinator bij de laboratoriumopleidingen en verpleegkunde in Alkmaar. “Onderwijsvernieuwingen als het major-minormodel worden van bovenaf ingevoerd. Er zijn docenten die zo’n concept heel loyaal uitvoeren, maar lang niet iedereen is er gelukkig mee. Docenten raken hun autonomie kwijt, ze voelen zich overvallen.”Maar er is meer aan de hand, denkt Annemieke Lub. “De sfeer bij Inholland is verschrikkelijk slecht, er heerst een angstcultuur. Medewerkers die protesteren, worden onder druk gezet. Ze krijgen bijvoorbeeld te horen: je hebt toch een tijdelijk contract?” Ina Siebelink: “Je merkt dat mensen erg bang zijn om zich uit te spreken. Er waren zelfs medewerkers die het tevredenheidsonderzoek niet durfden in te vullen.” Sterker nog: “Medewerkers willen niet eens meer in de medezeggenschapsraad”, weet studente Iris Goedhart, die in de raad van de Alkmaarse school of economics zit. “Bij de laatste tussentijdse verkiezingen heeft geen enkel personeelslid zich beschikbaar gesteld. Docenten hebben wel een mening, maar daar komen ze liever niet openlijk voor uit. Ze denken: straks ben ik mijn baan kwijt.” Die angst ontstaat door de reorganisaties. Vorig jaar verdwenen er 128 arbeidsplaatsen (5,5 procent van de totale formatie) bij de schools. In augustus kondigde Inholland een efficiencyslag aan bij de diensten en daarbij verdwijnen 118 formatieplaatsen (een reductie van vijf procent). In totaal verdwijnt in twee jaar dus ruim tien procent van de werkgelegenheid. De docenten die vorig jaar boventallig werden, gingen vervroegd met pensioen of konden herplaatst worden bij andere school. Over een nieuw sociaal plan wordt nog overlegd met de vakbonden, maar Inholland heeft al laten weten dit keer gedwongen ontslagen niet uit te sluiten omdat medewerkers van diensten veel lastiger herplaatst kunnen worden. De reorganisaties en overplaatsingen zorgen voor chaos en onrust. Siebelink: “Bij ons maakten vorig jaar veel mensen gebruik van de 58-plusregeling. Er gingen zelfs meer mensen weg dan er boventallig waren en daardoor konden we lessen niet meer verzorgen. Bij sommige opleidingen ging bijna iedereen weg.” Ook de strakke budgettaire kaders die bij Inholland worden gehanteerd, doen een duit in het zakje. “Als er minder eerstejaars zijn heeft dat onmiddellijk consequenties voor de begroting. Op basis van de aanmeldingen worden tijdelijke contracten niet meer verlengd”, vertelt Auke van Nie.
Wild imago“Bij Inholland doen ze alles tegelijk: de fusie verwerken, de onderwijsorganisatie veranderen, reorganiseren, het opleidingenaanbod uitbreiden en een nieuw onderwijsmodel invoeren”, constateert Norbert Verbraak, bestuursvoorzitter van de Fontyshogescholen. Net als Inholland ontstond Fontys door een fusie van vier hogescholen. “Fontys en Inholland lijken veel op elkaar, alleen hebben wij een veel rustiger profiel. Inholland heeft nogal een wild imago”, stelt Verbraak. “Wij hebben alles stap voor stap gedaan, eerst de fusie verwerken, daarna reorganiseren en nu zijn we bezig met invoering van het major-minormodel. We hebben er tien jaar over gedaan. Zo’n tempo, daar kan Jos Elbers niet tegen.”Verbraak geeft toe dat hij wel eens jaloers is op de daadkracht waarmee Elbers zijn plannen uitvoert. “Maar de prijs daarvan is natuurlijk turbulentie.” Fusies en reorganisatie zorgen volgens Verbraak altijd voor onrust bij het personeel, maar het hoge tempo bij Inholland zorgt waarschijnlijk voor extra ‘turbulentie’. “Toen wij begonnen met reorganiseren, was de onvrede bij het personeel ook groot. Die ontevredenheid vertaalt zich naar studenten en potentiële studenten. Daarom hebben wij ook last gehad van een terugval van de instroom. Gelukkig was het bij ons maar tijdelijk. Maar met zo’n reorganisatie kun je je reputatie akelig verknoeien.” De medezeggenschapsraad van Inholland heeft in het verleden regelmatig vraagtekens gezet bij de vaart waarmee veranderingen worden doorgevoerd. “Het hoge tempo trekt een zware wissel op de uitvoeringsorganisatie en doet een groot beroep op het communicatievermogen”, stelt voorzitter Norbert Landers. “Tot nog toe is het college van bestuur er onvoldoende in geslaagd het beleid goed uit te leggen. Als medewerkers de zegeningen ervan niet zien, schiet de communicatie tekort.” De raad heeft het probleem aan de orde gesteld bij de raad van toezicht, maar zowel het college als de toezichthouders vinden het hoge tempo essentieel. “Het is een onderdeel van de besturingsfilosofie.”“Wij zijn overigens erg bezorgd over de slechte uitslagen van de tevredenheidsonderzoeken”, stelt Landers. “Het college heeft de raad verbeterplannen toegezegd. Wij verwachten daarin een visie van het college en zullen er ook op toezien dat de verbeterplannen worden uitgevoerd.” Over de omgang met de uitslag van het personeelstevredenheidsonderzoek heeft de raad een stevig verschil van mening met het college van bestuur. Elbers had vooraf toegezegd dat de resultaten aan alle medewerkers zouden worden toegestuurd en dat is niet gebeurd. Zelfs de raad heeft niet het volledige onderzoeksrapport ontvangen, maar alleen de gemiddelde scores over de hele hogeschool. “Jos Elbers vindt beeldvorming heel belangrijk en wil daarom het rapport niet openbaar maken. Hij beschouwt dit onderzoek als een soort nulmeting, omdat de naweeën van de fusie de uitslagen sterk beïnvloeden. Dat heeft hij allemaal op intranet uitgelegd en dat waardeer ik, maar ik ben het er niet mee eens. Je moet je beloftes nakomen en je kunt die fusie niet drie jaar lang als excuus blijven gebruiken.”Maar openbaarmaking is moeilijk af te dwingen. Landers wil graag benadrukken dat de raad niet zoveel invloed heeft als mensen denken. “Wij zijn geen parlement dat een hele begroting van tafel kan vegen. Die mythe wil ik graag ontzenuwen. Wij zijn niet medeverantwoordelijk voor het beleid, de raad biedt tegenwicht. We kunnen door een constructief kritische houding aan te nemen invloed uitoefenen, maar ook niet meer dan dat.” De raad heeft in bepaalde gevallen instemmingsrecht, maar kan hoogstens een vertrouwenscrisis forceren als het college zich niets aantrekt van het ontbreken van goedkeuring. Landers vindt dat in dit geval niet opportuun. “Maar als zoiets voor een tweede keer zou gebeuren, zou ik anders reageren.”
OffensiefHet personeel blijft hopen dat drie jaar na de fusie de rust terugkeert. Auke van Nie: “We moeten nu eerst eens consolideren, alle concepten implementeren.” Ina Siebelink heeft de hoop daarop al bijna opgegeven.“Als je ziet hoe de uitslag van het tevredenheidsonderzoek door het management wordt geanalyseerd, vergaat je de moed. Veel kritiek wordt teruggekaatst naar de docenten. Ik heb dat stuk speciaal aan een vriend laten lezen omdat ik bang was dat ik misschien overgevoelig ben geworden, maar hij vond dat ook.”Norbert Verbraak van Fontys denkt dat Inholland vanzelf in rustiger vaarwater komt. “Inholland heeft een offensief profiel. Maar als je de grootste hogeschool van Nederland bent, word je vanzelf in het defensief gedrongen.” Expansie door overname van kleinere hogescholen is volgens Verbraak niet meer aan de orde als je de grootste bent. “Inholland komt vanzelf in een consoliderende fase.” Onderwijsadviseur Pieter Mostert gelooft daar niets van. “Inholland is een instroomgedreven, marktaandeelgedreven hogeschool”, stelt hij. Dat betekent dat het bestuur onmiddellijk reageert als de belangstelling van studenten verschuift. “Als een opleiding het in Haarlem niet zo goed doet als verwacht, verplaatst Elbers die naar Amsterdam om te kijken of er daar meer studenten komen. Een programma dat niet bevalt, heet morgen anders. Vorig jaar was Inholland in de weer met competentiegericht onderwijs, dit jaar draait alles om vraaggestuurd onderwijs. Hbo/wo-schakelprogramma’s worden omgebouwd naar pre-masters. De veranderingen blijven komen en daar houden docenten niet van. Die willen settelen en zoeken houvast, maar dat krijgen ze bij Inholland niet.”
De mening van de baasJos Elbers weigerde mee te werken aan het portret van de Hogeschool Inholland. Hij wilde wel een interview geven, maar alleen als hij in het artikel als enige aan het woord zou komen. Het verhaal zou bovendien afgedrukt moeten worden in de vraag-antwoordvorm en er zouden minimaal vijf vragen gesteld moeten worden. De vragen mochten niet vooringenomen zijn en Inholland zou achteraf mogen corrigeren op fout citeren en feitelijke onjuistheden. Deze voorwaarden zouden vooraf in een door Inholland opgesteld contract worden vastgelegd. Popsterren, Hollywood-acteurs en profvoetballers stellen wel vaker dit soort eisen, maar voor bestuurders van publiek gefinancierde organisaties zijn ze nogal ongebruikelijk. Het Onderwijsblad wil een portret van Inholland publiceren waarin ook medewerkers en studenten hun mening kwijt kunnen en geen interview waarin alleen de collegevoorzitter aan het woord komt. Uiteraard is Elbers uitgenodigd te reageren op de feiten en opinies in dit artikel, maar daar had hij geen behoefte aan. Deze reactie past in een patroon: Elbers wil de beeldvorming over Inholland controleren en regisseren. “Zodra Inholland met de pers te maken krijgt worden er draaiboeken opgesteld en protocollen gemaakt waarin precies wordt aangegeven wie er met de journalisten mogen praten en wat die mogen zien”, weet AOb-onderhandelaar Annemieke Lub. Zelfs de commissie-Schutte die onderzoek deed naar de fraudeaffaire kreeg een door Inholland opgesteld protocol voorgelegd waarin stond dat alle communicatie via het college van bestuur moest verlopen. De commissie mocht bovendien alleen de Inholland-vestiging in Den Haag bezoeken, waar het college van bestuur kantoor houdt, en kreeg geen toegang tot andere locaties. (YvdM)
De strijd om Den Haag en RotterdamEen breed pallet aan opleidingen in de vier grote steden aanbieden om de concurrentie met de stadshogescholen aan te gaan, dat was de strategie de vier fusiepartners in 2001. Die vrijheid leek de nieuwe mammoet te krijgen, want minister Hermans wilde in die tijd ‘de hogeronderwijsmarkt liberaliseren’. Maar begin 2002, toen Inholland net was gevormd, keerde Hermans op zijn schreden terug. De hogescholen bleken niet in staat onderlinge afspraken te maken om de uitbreiding van het opleidingenaanbod in goede banen te leiden. Met als gevolg een ongewenste versnippering van het onderwijs. De Ichthushogeschool was een van de grootste ‘boosdoeners’. “Het was ontzettend moeilijk om afspraken te maken met Jos Elbers”, stelt Henk de Greef die tot 2002 in het bestuur van de Hbo-raad zat. “Jos denkt vanuit het belang van zijn eigen instelling en liet zich aan het belang van het hbo als geheel weinig gelegen liggen. Hij was gewoon een lastig element. In het bestuur van de Hbo-raad spraken we vaker over Jos Elbers dan over de minister. Het is daarom een zegen voor het hbo dat hij nu zelf in het bestuur zit, want nu is hij gedwongen verantwoordelijkheid te nemen.”Staatssecretarissen Nijs en Rutte maakten definitief een einde aan de liberalisering. Rutte staat nieuwe opleidingen slechts bij hoge uitzondering toe. Hetzelfde geldt voor het aanbieden van bestaande opleidingen op andere locaties en het verplaatsen van opleidingen. Een streep door de rekening voor Inholland maar een opluchting voor de Hogeschool Rotterdam en de Haagse Hogeschool, die de hete adem van Elbers in hun nek voelen. Uit correspondentie die het Onderwijsblad bij het ministerie van Onderwijs heeft opgevraagd blijkt dat Inholland het plan had opgevat de nevenvestiging in Den Haag uit te bouwen tot vlaggenschip van Inholland. Toen Annette Nijs daar een stokje voor stak, dreigde Elbers alle tachtig opleidingen die Inholland buiten Rotterdam verzorgt, ook in Rotterdam aan te bieden. De Hogeschool Rotterdam heeft inmiddels taakverdelingsafspraken gemaakt met Inholland. “Den Haag en Rotterdam hebben buitengewoon veel te stellen gehad met Jos Elbers”, vindt De Greef. “Je kunt hem beter als een verre vriend hebben, want een goede buur is hij niet.”Inholland legt het hoofd nog niet in de schoot en blijft op grond van het beleid dat van kracht was toen de fusie werd beklonken, aanspraken maken op ‘enige ruimte om de voordelen van de instellingenfusie te benutten’. Daarbij blijven de ogen vooral gericht op uitbreiding van de Haagse vestiging. Tegen de beslissing van Rutte om uitbreiding in Den Haag niet toe te staan, heeft Inholland juridisch bezwaar aangetekend. (YvdM)
De bodem van de schatkist De financiële positie van Inholland is gezond. Voor het schrappen van banen is dus geen acute aanleiding. Maar de bodem van de schatkist begint in zicht te komen. Dat blijkt uit de jaarrekening over 2003 die het Onderwijsblad bij het ministerie van Onderwijs heeft opgevraagd omdat Inholland de (openbare) stukken niet wilde afgeven. Het boekjaar 2003 werd afgesloten met een tekort van 3,3 miljoen euro, 2,1 procent van de totale inkomsten. Het verlies is bijna voor de helft toe te schrijven aan de contractactiviteitenpoot die 1,6 miloen euro tekort kwam. Daarnaast waren de personeelsuitgaven hoger dan verwacht, onder andere omdat de personeelsreductie trager is verlopen dan gepland en er zijn meer interimmanagers aangesteld dan begroot. De investeringen, onder andere in de nieuwbouw in Haarlem en ICT, zijn voor een groot deel betaald uit eigen middelen. Eind 2002 had Inholland nog 88,7 miljoen euro in kas, eind 2003 was daar nog 18,4 miljoen van over. In de toekomst zal er geld geleend moeten worden om investering te betalen. Geld lenen zal echter een negatief effect hebben op de vermogenspositie, die door het tekort en de grote investering in 2003 al is verslechterd. De solvabiliteit (een maat voor het vermogen om op lange termijn schulden af te lossen) daalde met bijna vijf procentpunten, maar blijft wel boven de in het hbo (en door Inholland zelf) gehanteerde norm van twintig procent.
© 2001 Het Onderwijsblad . Alle rechten voorbehouden